- Verzekeren
- Hypotheek
- Financiële planning
- Arbodienstverlening
- Tips & Trucs
- Particulier nieuws
- Inloggen MeldCare
16-02-12 | Verlagen van pensioenuitkeringen speelt niet bij verzekeraars
In de media is afgelopen periode kenbaar gemaakt dat een aantal pensioenfondsen de pensioenuitkeringen wellicht gaat korten. Wij kunnen ons voorstellen dat u bezorgd bent over uw pensioen bij uw maatschappij. Wij kunnen u gerust stellen dat eventuele kortingen op pensioenuitkeringen van uw werknemers bij de maatschappijen, waar wij de pensioenregelingen hebben ondergebracht, niet aan de orde is! Simpelweg al omdat in de Pensioenwet is bepaald dat pensioenverzekeraars de uitkeringen niet mogen korten.
Daarnaast zijn er ook nog een aantal andere factoren die een belangrijke rol spelen.
De situatie bij pensioenfondsen
Uw pensioenregeling is ondergebracht bij een pensioenverzekeraar. Voor pensioenfondsen gelden andere financiële eisen dan voor verzekeraars. Wat u in de media hoort over pensioenfondsen betreft de situatie van een te lage dekkingsgraad. Pensioenfondsen moeten op korte termijn in staat zijn voldoende geld in kas te hebben om 105% van alle pensioenen van deelnemers en oud-deelnemers aan de pensioenregeling te kunnen betalen. Voor 2006 maakten fondsen dit sommetje op basis van een vaste rente van 4%, maar nu wordt de “marktrente” gebruikt. Hierin zit feitelijk het grote probleem. De marktrente is nu op een historisch laag niveau. Ook schommelt de marktrente dagelijks en dus ook de dekkingsgraad. Op de dagen dat de lange rente behoorlijk zakt en ook de aandelenbeurzen dalen, zakt de dekkingsgraad. Overigens is de daling van de aandelen niet het grootste probleem. Deze zijn immers al vaker (sterk) gedaald. Let wel de AEX stond in 2009/2010 op 200 en is nu een stuk hoger. Ook hebben bepaalde pensioenfondsen te maken met een hoge gemiddelde leeftijd of afnemende premie-inkomsten. De hogere gemiddelde leeftijd wordt o.a. veroorzaakt door vergrijzing, waardoor er steeds meer uitkeringsgerechtigden in het fonds instromen. Het aantal deelnemers waarover premie wordt afgedragen wordt minder. In 2010 is besloten om de langere levensverwachting door te berekenen in de verplichtingen, waardoor de dekkingsgraad ook een paar procent is gedaald.
Daar bovenop komt, dat de premie veelal wordt uitgedrukt in een doorsnee premie voor alle werknemers. Deze doorsnee premie wordt bij een Pensioenfonds in onderling overleg tussen werkgevers en werknemers bepaald (bij de CAO). Een voorbeeld hiervan is de zogenaamde premie-holidays in het verleden.
De situatie bij verzekeraars
Voor verzekeraars geldt geen dekkingsgraad, maar zij moeten voldoen aan eisen ten aanzien van solvabiliteitspercentages. De Nederlandse Bank stelt strengere eisen aan een pensioenverzekeraar (solvabiliteit) dan aan een pensioenfonds (minimale dekkingsgraad). De voorziening is bij een verzekeraar aanzienlijk hoger. En zelfs als een verzekeraar een slechte solvabiliteit krijgt, dan bestaan er vangnetten, zoals de opvangregeling en de noodregeling die uw pensioenregeling beschermen. Dit is dus een geheel ander beeld dan bij pensioenfondsen. Pensioenverzekeraars gaan langlopende verplichtingen aan, die contractueel vastliggen middels de uitvoeringsovereenkomst. Deze verplichtingen worden berekend op basis van een rekenrente van 3% en sinds kort ook op 2,5%. Uiteraard hebben verzekeraars ook last van de lage rentestand, maar uw pensioen kan hierdoor niet door hen worden gekort.
De pensioenverzekeraar vraagt een (vaste) premie, veelal berekend per deelnemer. Deze premie stelt de verzekeraar vast aan het begin van de contractstermijn (5 of 10 jaar) en geeft bij de verlenging van de uitvoeringsovereenkomst desgewenst een nieuwe premie af. Hierdoor kan een verzekeraar gemakkelijker inspelen op de rente-ontwikkelingen en de leeftijdsverwachting. Eind jaren negentig hebben verzekeraars al de rekenrente verlaagd van 4% naar 3%. Sommige verzekeraars zijn nu over gegaan op een rekenrente van 2,5%. Daarnaast gaan een aantal verzekeraars regelmatig over op een recentere sterftetafel, waarmee ingespeeld wordt op de langere levensverwachting. Vindt u als werkgever de premie te hoog worden, dan heeft u eventueel de mogelijkheid om van pensioenuitvoerder te wisselen.
Pensioenfondsen kunnen tussentijds de premies aanpassen, afzien van indexatie en desnoods de uitkeringen verlagen, als de omstandigheden dit vereisen. Pensioenverzekeraars hebben die mogelijkheid niet of in zeer beperkte mate. Daarom voeren pensioenverzekeraars ook een conservatiever beleggingsbeleid met minder blootstelling aan risico’s.
Let op: Het spreekt voor zich dat dit alles niet van toepassing is op pensioenovereenkomsten, waarbij u of uw werknemers zelf bepalen waarin de pensioenpremie wordt belegd (niet zijnde een garantiefonds).
Indien u vragen heeft naar aanleiding van dit artikel of indien u meer informatie wenst over pensioen, dan klikt u hier voor contact met één van onze adviseurs of bekijk hier onze website over pensioenen.


